|
In de VI-de eeuw kende West-Europa de grote invallen vanuit Centraal Europa. De invallers doorkruisten het Frankische en Gallische Rijk richting Spanje en Portugal. De karren met wapens en voorraad werden getrokken door runderen die hen tevens in voedsel voorzagen.
Oorspronkelijk schenen deze runderen alle te behoren tot een enkel ras: de BOS AQUITAINE. Door kruising ontstonden in Z.W. Frankrijk, naar gelang de streek, drie onderrassen:
De Westelijke Pyreneeen. Onder invloed van het natuurlijke milieu, worden de dieren kleiner. Sinds 1921 werd deze soort de Blonde der Pyreneeen genoemd.
De Garonne-streek (tussen Agen en Bordaux). Hier vindt men de Garonnaise des Coteaux (donker blond) en de Garonnaise des Plaines (licht blond).
De Quercy. In 1920 splitsten de kwekers van de Tarn en Garonne-streek zich af van het stamboek Garonnais en vormen het Quercy-ras op basis van de Garonnaise de Coteaux. Ten eende hun ras te differentieren werd veelvuldig aan kruising gedaan met het ras Limousin.
Uiteindelijk zijn deze drie rassen samengevoegd en bestaat sinds 1963 het stamboek Blonde d'Aquitaine. Het ras wordt officieel erkend als ras van nationaal belang voor de produktie van slachtvee.
|